Ieder mens is verweven met mensen om hem heen. Dus geen losstaand opzichzelfstaand individu.

Context verwijst naar netwerk van betekenisvolle relaties. In eerste plaats zijn het directe familierelaties. Gezin waarbinnen degene opgroeit. Maar ook grotere, intergenerationele, familiebanden behoren tot context. Ook samenhang tussen verschillende generaties waaruit iemand is voortgekomen. Verbondenheid in vier generaties: grootouders, ouders, kinderen en kleinkinderen.

Familierelaties worden gegeven relaties genoemd ( in dit gezin/familie geboren/kan niet verbroken worden). Ex-ouders bestaan niet ook al zie je ze jaren niet.

Verworven relaties zijn relaties die iemand in de loop van zijn leven opdoet, die je verwerft. (klasgenoten/buren /partner), deze relaties kunnen verbroken worden.

Het begrip context verwijst naar het hele netwerk van gegeven en betekenisvolle verworven relaties. Een groot deel van pijn en vreugde wordt in het persoonlijke leven en in de levensgeschiedenis van een persoon bepaald door de context waarbinnen hij geboren is.

Belangrijk is dus het beeld krijgen van datgene wat in context speelt of wordt overgedragen.
Vier aspecten zijn bepalend:
1. Erfelijke aanleg
2. Sociale omgevingsfactoren; opvoeding en leefomstandigheden.
3. Gewoonten en gebruiken
4. Normen en waarden

Contextuele psychologie richt zich op het visualiseren van de interne en externe werkelijkheid van de het kind en/of de ouder(s). Met behulp van duplo-poppetjes en ander materiaal wordt het probleem van de het kind of de ouder verbeeld en de innerlijke dialoog zichtbaar gemaakt en gestimuleerd.